ECLI:NL:RBDHA:2025:11836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen. Verweerder had uiterlijk 11 januari 2025 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eisers stelden verweerder rechtsgeldig in gebreke en dienden tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat er sprake is van een bijzonder geval bij aanvragen om gezinshereniging. Daarom wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. Verweerder moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak beslissen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, dan geldt een termijn van twintig weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en stelt vast dat verweerder reeds €1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen en de proceskosten van €453,50 aan eisers. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.