ECLI:NL:RBDHA:2025:11851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist, ondanks een verlenging van drie maanden.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken zonder besluit en dat eiser rechtsgeldig ingebreke is gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en wordt kennelijk gegrond verklaard. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 1 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.