Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische vreemdeling, werd op 19 juni 2025 in bewaring gesteld door verweerder, de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde dat de machtiging tot binnentreden niet tijdig was ondertekend en dat er gebreken waren in het voortraject, waaronder het niet kenbaar maken van identiteit en doel door verbalisanten. De rechtbank constateerde dat de machtiging tot binnentreden inderdaad pas na het binnentreden was ondertekend, wat een formeel gebrek vormt.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring, omdat de belangen van verweerder, waaronder de korte termijn overdracht van eiser aan Bulgarije, zwaarder wogen dan de formele tekortkoming. Eiser kon niet aantonen dat hij in zijn belangen was geschaad. Daarnaast was eiser binnen twee weken overgedragen aan Bulgarije, waar hij internationale bescherming geniet.
De rechtbank wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Wel veroordeelde zij verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser aan diens rechtsbijstandverlener, vastgesteld op €1.814. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager op 4 juli 2025 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.