ECLI:NL:RBDHA:2025:11866
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van een Guinese asielzoeker behandeld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. Nederland had op 7 januari 2025 een verzoek tot terugname aan Spanje gedaan, dat op 5 maart 2025 werd aanvaard.
De eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen, dat het een standaardvoornemen betrof en dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen, met name in het kader van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat de minister de motivering voldoende had toegelicht en dat alle bezwaren kenbaar waren meegenomen.
Verder verwierp de rechtbank het betoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing zou zijn ten aanzien van Spanje. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in het Spaanse asiel- en opvangsysteem die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro zouden opleveren.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat de minister het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag mag handhaven. De eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.