ECLI:NL:RBDHA:2025:11869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor vijf personen. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is omdat de beslistermijn van maximaal 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is overschreden zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en stelt vast dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. In dit geval moet de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, dan geldt een termijn van twintig weken.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 15.000 en stelt vast dat de minister reeds € 1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 1 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.