ECLI:NL:RBDHA:2025:12019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft op 26 april 2025 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister op 16 mei 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. De minister meldde dat eiser op 5 juni 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde gaf aan dat eiser sinds 12 juni 2025 niet meer reageert op e-mails. Volgens de jurisprudentie wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij er contact is over de procedure of andere concrete aanwijzingen.
De rechtbank concludeert dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat hij geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde en niet heeft laten blijken dat hij nog bescherming wenst. De stelling dat de minister onvoldoende onderzoek deed, leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en inhoudelijk niet behandeld. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.