ECLI:NL:RBDHA:2025:12027

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2025
Publicatiedatum
8 juli 2025
Zaaknummer
NL25.17467
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vervolgberoep tegen bewaring na eerdere toetsing

De minister van Asiel en Migratie legde op 27 februari 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft de volledige duur van de bewaring reeds getoetst in eerdere uitspraken van 18 maart 2025 en 16 april 2025, waarbij de bewaring deels rechtmatig en deels onrechtmatig werd bevonden.

Eiser diende op 15 april 2025 een nieuw vervolgberoep in tegen het voortduren van de maatregel, terwijl er nog geen uitspraak was gedaan op het eerder ingediende vervolgberoep. De rechtbank oordeelt dat een nieuw vervolgberoep pas kan worden ingesteld nadat op het eerdere beroep is beslist.

Gezien de eerdere toetsing van de volledige bewaringstermijn en het te vroeg indienen van het vervolgberoep, verklaart de rechtbank het nieuwe beroep niet-ontvankelijk. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.

Uitkomst: Het vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.17467

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.A.F.J. Smeulders).

Procesverloop

Verweerder heeft op 27 februari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft de maatregel van bewaring op 28 maart 2025 opgeheven.
De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt voorop dat zij de volledige duur van de maatregel van bewaring reeds heeft getoetst. Uit de uitspraak van 18 maart 2025 (in de zaak NL25.9450) volgt dat de maatregel van bewaring rechtmatig was in de periode van 27 februari 2025 tot 12 maart 2025. Uit de uitspraak van 16 april 2025 (in de zaak NL25.14273) is de periode van 12 maart 2025 tot 28 maart 2025 getoetst en is de maatregel van bewaring onrechtmatig bevonden van 24 maart 2025 tot en met de opheffing daarvan op 28 maart 2025.
2. De rechtbank stelt verder vast dat eiser op 15 april 2025, voordat er uitspraak was gedaan in het eerste vervolgberoep (NL25.14273), nogmaals een vervolgberoep heeft ingediend tegen het voortduren van de maatregel van 27 februari 2025. Naar het oordeel van de rechtbank kan er pas een nieuw vervolgberoep worden ingediend, indien door de rechtbank is beslist op het eerder ingediende vervolgberoep. Gelet hierop, en het feit dat de volledige duur van de maatregel al door de rechtbank is getoetst, is het beroep niet-ontvankelijk. [1]

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2734), rechtsoverweging 3.2., en 24 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1857), rechtsoverweging 3.3.