ECLI:NL:RBDHA:2025:12145
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag Syriër vanwege onrechtmatig verlengd beslistermijn
Eiser diende op 24 oktober 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiser op 6 september 2024 verweerder in gebreke en diende op 23 september 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank constateert dat de verlenging van de beslistermijn via WBV 2023/3 onrechtmatig is, gelet op recente uitspraken van het Hof van Justitie van de EU en de conclusie van de advocaat-generaal.
Nadat op 14 december 2024 een besluitmoratorium voor Syriërs in werking trad, werd de beslistermijn verlengd tot maximaal 21 maanden. De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen deze termijn had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan. Gezien de geldige ingebrekestelling en het ontbreken van een beslissing, is het beroep gegrond en wordt het niet tijdig beslissen gelijkgesteld aan een besluit dat vernietigd wordt.
De rechtbank stelt een termijn van acht weken na bekendmaking van de uitspraak waarbinnen verweerder het besluit moet nemen en bekendmaken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, opgelegd voor elke dag overschrijding. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €453,50. Het vonnis is openbaar en er kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder dreiging van een dwangsom.