Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep gegrond is. De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 2 augustus 2025, rekening houdend met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser ter hoogte van € 453,50.
De rechtbank verwijst naar het wettelijke kader, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht, en benadrukt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie.