ECLI:NL:RBDHA:2025:12182
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eiser is op 10 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn asielaanvraag aan de grens, waarna hij beroep instelde tegen deze maatregel en tevens een verzoek om schadevergoeding indiende.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de maatregel onrechtmatig was en concludeerde dat verweerder eiser voldoende had geïnformeerd over de duur en aard van de maatregel. De rechtbank oordeelde dat de maatregel gerechtvaardigd was omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor toegang tot Nederland en dat het grensbewakingsbelang de vrijheidsontneming rechtvaardigde.
Daarnaast werd het betoog dat eiser onterecht in bewaring was gesteld omdat asielzoekers die over land binnenkomen niet in grensdetentie worden geplaatst, verworpen. De rechtbank vond dat verweerder zorgvuldig en voortvarend had gehandeld door de asielaanvraag binnen een redelijke termijn te herbeoordelen en de maatregel op 21 juni 2025 op te heffen.
De stelling dat eiser door detentie trauma’s herbeleefde werd niet onderbouwd en de medische zorg in het detentiecentrum werd als toereikend beoordeeld. Gelet op deze omstandigheden werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.