Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvragen om machtigingen tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en drie kinderen. Verweerder had uiterlijk 24 september 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat het fifo-principe van verweerder geen reden is om het beroep aan te houden of een langere beslistermijn toe te passen dan in eerdere jurisprudentie is vastgesteld. De rechtbank legt een termijn van acht weken op voor het nemen van een besluit, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het niet naleven van deze termijn. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €453,50 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.