Eiser heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van november 2019. De rechtbank heeft eerder al een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar verweerder heeft niet voldaan aan deze verplichting.
De rechtbank overweegt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en daarmee niet rechtsgeldig is. De wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt derhalve. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Bij overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een rechterlijke dwangsom van €200 per dag, met een maximum van €15.000. Daarnaast worden proceskosten aan eiser toegekend. De rechtbank wijst op de toepasselijkheid van de relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie, en benadrukt dat de zaak van licht gewicht is, gericht op de vraag of de beslistermijn is overschreden.