ECLI:NL:RBDHA:2025:12482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank oordeelt dat eiser nog procesbelang heeft, ondanks het ontbreken van contact met zijn gemachtigde, omdat hij naar verwachting nog in Nederland verblijft.
Eiser voert aan dat hij zijn asielverzoek in Nederland wil laten behandelen vanwege slechte ervaringen met detentie in Duitsland. De rechtbank acht dit onvoldoende onderbouwd, mede omdat eiser niet heeft aangetoond dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten aanzien van Duitsland. Ook is niet gebleken van onrechtmatige detentie of systematische tekortkomingen in Duitsland.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en dat eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.