Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 januari 2023. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van 15 maanden, inclusief verlenging na beëindiging van de Dublinprocedure, is overschreden. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien is meer dan twee weken verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de minister binnen acht weken na deze uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is korter dan het gebruikelijke 8+8-wekenmodel, omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden, maar de rechtbank acht een zorgvuldige beslissing binnen acht weken mogelijk. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.