ECLI:NL:RBDHA:2025:12924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Polen nog geldt. Eiser stelde dat vanwege recente politieke ontwikkelingen en wetgeving in Polen dit vertrouwensbeginsel niet meer toepasbaar is en dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de situatie van Dublinclaimanten na overdracht aan Polen.
De rechtbank volgt dit betoog niet en verwijst naar vaste jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt zolang er geen structurele tekortkomingen zijn die leiden tot schending van fundamentele rechten. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit in zijn geval anders is. Polen heeft het terugnameverzoek van Nederland geaccepteerd en daarmee de verantwoordelijkheid erkend.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Polen blijft in stand.