ECLI:NL:RVS:2024:3456
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep betwistte hij onder meer het oordeel dat het voor Dublinclaimanten mogelijk en effectief is rechtsmiddelen in Polen aan te wenden, ondanks verontrustende berichtgeving over de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht.
De Raad van State overwoog dat nationale rechterlijke instanties de taak hebben het Unierecht ten volle toe te passen en daadwerkelijke rechtsbescherming te bieden, waarbij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters essentieel zijn. De vreemdeling bracht geen actuele of op zijn zaak toegespitste feiten aan waaruit blijkt dat de rechterlijke macht in Polen in asielzaken niet onafhankelijk is.
De Raad bevestigde dat de rechtbank terecht oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk maakte dat de rechterlijke procedures in Polen niet effectief of onafhankelijk zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.