ECLI:NL:RBDHA:2025:12939
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure wegens onderduiken bevestigd
Eiseres, van Turkse nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die Nederland niet in behandeling nam vanwege de Dublinverordening, waarbij Frankrijk verantwoordelijk werd gesteld. Na een eerdere ongegrondverklaring van haar beroep tegen deze beslissing, stond de overdracht gepland op 24 april 2025. Eiseres was echter niet aanwezig voor de overdracht, waarop de minister de overdrachtstermijn verlengde tot achttien maanden wegens onderduiken.
Eiseres betwistte deze verlenging, stellende dat zij niet doelbewust buiten bereik van de autoriteiten was gebleven en dat zij haar meldplicht had nageleefd. De rechtbank oordeelde dat onderduiken inhoudt dat de vreemdeling doelbewust buiten bereik van de autoriteiten blijft om overdracht te voorkomen. Uit het dossier bleek dat eiseres niet op de afgesproken tijd aanwezig was, twee dagen afwezig was zonder melding, en dat zij was gemeld als met onbekende bestemming vertrokken (MOB).
De rechtbank concludeerde dat de minister de verlenging van de overdrachtstermijn terecht had gebaseerd op onderduiken en dat het beroep ongegrond was. Er was voldoende bewijs dat eiseres op de hoogte was van haar verplichtingen en de gevolgen van het niet meewerken. De rechtbank wees het beroep af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken en verklaart het beroep ongegrond.