ECLI:NL:RBDHA:2025:13011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hansen-Telman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en verklaart het beroep kennelijk ongegrond.
Eiser stelt slachtoffer te zijn van een criminele groep in Duitsland en vreest onmenselijke behandeling bij terugkeer. Hij baseert dit op eerdere aangiftes en het ontbreken van adequate bescherming door Duitse autoriteiten. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag vertrouwen op de naleving van mensenrechten door Duitsland. De enkele stelling van eiser is onvoldoende om hiervan af te wijken.
Verder heeft eiser aangegeven vrijwillig naar Rusland te willen terugkeren, maar de rechtbank benadrukt dat dit een afzonderlijk traject is waarvoor eiser zelf het initiatief moet nemen. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening wegens psychische gevolgen wordt verworpen, omdat eiser dit niet met medische stukken heeft onderbouwd.
De rechtbank bevestigt dat de minister terecht heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland bevestigd.