ECLI:NL:RBDHA:2025:13026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van het Dublin-verdrag. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en constateerde dat het beroepschrift niet de vereiste gronden bevatte. De gemachtigde van eiser werd op het verzuim gewezen en kreeg een termijn om dit te herstellen. Deze termijn verstreek zonder dat gronden werden ingediend. Vervolgens trok de gemachtigde zich terug uit de procedure en werd geen nieuwe gemachtigde gesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat niet aan de wettelijke eisen was voldaan en er geen verschoonbare reden was voor het niet indienen van de gronden. Hierdoor blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en onttrekking van de gemachtigde.