ECLI:NL:RBDHA:2025:13026

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
NL25.19879
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel

Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van het Dublin-verdrag. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.

De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en constateerde dat het beroepschrift niet de vereiste gronden bevatte. De gemachtigde van eiser werd op het verzuim gewezen en kreeg een termijn om dit te herstellen. Deze termijn verstreek zonder dat gronden werden ingediend. Vervolgens trok de gemachtigde zich terug uit de procedure en werd geen nieuwe gemachtigde gesteld.

De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat niet aan de wettelijke eisen was voldaan en er geen verschoonbare reden was voor het niet indienen van de gronden. Hierdoor blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en onttrekking van de gemachtigde.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19878

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2025 in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren [geboortedatum]
van Gambiaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. F. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft eisers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met het bestreden besluit van 28 april 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen die beslissing.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]
1.2.
Eiser heeft ook verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op dit verzoek wordt apart beslist. [2]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep
van eiser niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Als hieraan niet is voldaan, kan het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard, nadat de indiener in de gelegenheid is gesteld om het verzuim binnen een daarvoor gestelde termijn te herstellen.
4. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift van 29 april 2025 niet de gronden van beroep bevatte. Op 30 april 2025 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser op het verzuim gewezen en verzocht dit uiterlijk op 7 mei 2025 te herstellen. Daarbij heeft de rechtbank er op gewezen dat het beroepschrift niet-ontvankelijk kan worden verklaard als niet, of niet tijdig, wordt voldaan aan de wettelijke vereisten.
4.1.
De rechtbank stelt vast dat op 7 mei 2025 geen gronden van beroep zijn ingediend en dat niet is gebleken van een verschoonbare reden hiervoor. Bij bericht van 16 mei 2025 heeft de toenmalige gemachtigde van eiser, mr. F. van Dijk, zich aan de procedure onttrokken. Er heeft zich geen nieuwe gemachtigde gesteld en er is ook geen verzoek om uitstel voor het indienen van de gronden gedaan. De gevolgen van het niet tijdig indienen van de gronden komen dan ook voor rekening en risico van eiser.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, op 17 juli 2025 en gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Dit verzoek staat geregistreerd onder zaaknummer NL25.19879.