ECLI:NL:RBDHA:2025:13059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor meerdere personen. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit heeft genomen.
De rechtbank stelt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000.
Verder veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €453,50 en de griffierechten van €194. De uitspraak is gebaseerd op relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie, waarbij het belang van tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaken wordt benadrukt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.