ECLI:NL:RBDHA:2025:13072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag op grond van seksuele gerichtheid wegens ongeloofwaardigheid
Eiseres, een vrouw van Ugandese nationaliteit, heeft in 2019 voor het eerst asiel aangevraagd in Nederland vanwege problemen op haar werk. Deze aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond met een terugkeerbesluit en inreisverbod. In 2023 diende zij een opvolgende aanvraag in met als nieuw asielmotief haar seksuele gerichtheid, aangezien homoseksualiteit verboden is in Uganda.
De minister wees deze aanvraag opnieuw af, waarna de rechtbank in februari 2025 het beroep gegrond verklaarde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met een heldere motivering en rekening houdend met het referentiekader van eiseres. De minister stelde in april 2025 het referentiekader opnieuw vast en handhaafde de afwijzing wegens ongeloofwaardigheid van het asielmotief.
De rechtbank oordeelt dat het referentiekader voldoende is vastgesteld en dat de minister terecht heeft meegewogen dat eiseres haar seksuele gerichtheid niet eerder had genoemd, wat afbreuk doet aan de geloofwaardigheid. Ook waren haar verklaringen over haar huwelijk, relatie met een Nederlandse man en haar lesbische relatie oppervlakkig en tegenstrijdig. De minister heeft bovendien de overgelegde rapporten en verklaringen adequaat betrokken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wegens seksuele gerichtheid wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.