ECLI:NL:RVS:2024:1121
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid seksuele geaardheid
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 juni 2021 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling voerde onder meer aan dat een rapport van Buro Kleurkracht en stukken van COC Nederland de geloofwaardigheid van zijn seksuele geaardheid ondersteunen. De Raad van State oordeelde echter dat de staatssecretaris dit rapport en de culturele context deugdelijk heeft betrokken in zijn integrale beoordeling en dat de vreemdeling onvoldoende concrete verklaringen gaf over zijn relatie en persoonlijke beleving.
Verder werd geoordeeld dat het feit dat de partner van de vreemdeling een vluchtelingenstatus heeft, niet automatisch leidt tot aannemelijkheid van zijn geaardheid. Ook de verklaring van COC Nederland en lidmaatschap daarvan compenseerden de tekortkomingen in de persoonlijke verklaringen niet.
Ten aanzien van het betoog over mensenhandel concludeerde de Raad dat de vreemdeling geen verband heeft gelegd met een reëel risico op vervolging of ernstige schade, zodat dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidt.
De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid van de seksuele geaardheid van de vreemdeling.