ECLI:NL:RBDHA:2025:13226
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afgewezen asielaanvraag wegens ontbreken connexiteit
Verzoekers dienden op 17 september 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvragen op 14 mei 2025 af als kennelijk ongegrond. Verzoekers stelden hiertegen beroep in en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Daarnaast verzochten zij de voorlopige voorziening te beschouwen als betrekking hebbend op hun bezwaar tegen de weigering van de minister om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 toe te staan. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit verzoek niet ontvankelijk is omdat het besluit tot geen uitstel van vertrek niet in deze procedure aan de orde is en niet kan worden bereikt via vernietiging van het bestreden besluit, waardoor het strikte connexiteitsvereiste ontbreekt.
De voorzieningenrechter verwees naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 december 2024 ter onderbouwing van dit oordeel. Tevens werd overwogen dat de hoofdzaak (zaaknummers NL25.22824 en NL25.22826) reeds op dezelfde dag was behandeld, waardoor een voorlopige voorziening niet meer nodig was.
De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens ontbreken van connexiteit en omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.