Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 23 oktober 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het ‘8+8 wekenmodel’ toegepast, waarbij een maximale beslistermijn van 21 maanden geldt. Omdat deze termijn wordt overschreden, legt de rechtbank een kortere termijn van acht weken na het verstrijken van 21 maanden op, zijnde uiterlijk 17 september 2025.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister niet binnen deze termijn beslist, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.