Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres, en
[eiser 2], V-nummer: [v-nummer 3] , eiser 2,
Rechtbank Den Haag
Eisers, drie Filipijnse voorkinderen, vroegen om een faciliterend visum om bij hun moeder in Nederland te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat de moeder daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken verrichtte en er geen voldoende afhankelijkheidsrelatie bestond.
Eisers voerden aan dat het toetsingskader onjuist was toegepast en dat verweerder de hoorplicht had geschonden. De rechtbank oordeelde dat het faciliterend visum bedoeld is om het declaratoire verblijfsrecht vast te stellen en dat een volledige toetsing in het land van herkomst passend is.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat eisers onvoldoende bewijs leverden van zorg- en opvoedingstaken en afhankelijkheid, mede omdat twee eisers al 16 en 17 jaar oud zijn en zij door een tante worden verzorgd.
De rechtbank vond dat verweerder niet verplicht was eisers te horen omdat het bezwaar geen nieuwe onderbouwing bevatte. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het faciliterend visum wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.