ECLI:NL:RBDHA:2025:13337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op 7 april 2025. De maatregel was reeds drie keer eerder getoetst en op 9 juli 2025 opgeheven vanwege uitzetting naar Roemenië. De rechtbank onderzoekt of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of eiser recht heeft op schadevergoeding.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het rappelleren van de Roemeense autoriteiten en dat de voortgangsrapportage onvolledig en onjuist was. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende en frequente rappels heeft gedaan, zelfs boven het gebruikelijke niveau, en dat de rapportage grotendeels juist en volledig is, met uitzondering van een onjuiste rappeldatum die niet tot twijfel leidt.
Daarnaast voerde eiser aan detentieongeschikt te zijn geworden door een ernstig incident met een celgenoot en onvoldoende medische zorg. De rechtbank concludeert dat hoewel het incident een grote impact had en psychologische hulp is geboden, eiser niet met medische stukken heeft aangetoond dat hij detentieongeschikt is geworden. De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.