ECLI:NL:RBDHA:2025:9037
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens voldoende voortvarendheid minister
De rechtbank Den Haag heeft op 19 mei 2025 het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld. De maatregel was op 7 april 2025 opgelegd en eerder getoetst bij uitspraak van 15 april 2025. De rechtbank richt zich nu op de rechtmatigheid van de bewaring sinds het sluiten van het onderzoek op 8 april 2025.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij het uitzetten, omdat de minister niet tijdig had gerappelleerd aan de Roemeense autoriteiten conform de Overnameovereenkomst. De rechtbank oordeelt dat de overschrijding van de reactietermijn door Roemenië niet automatisch de bewaring onrechtmatig maakt. Uit de aangevulde voortgangsrapportage blijkt dat de minister op 18 april, 7 mei en 9 mei 2025 wel degelijk heeft gerappelleerd en tijdig een nieuwe foto heeft verstrekt op verzoek van Roemenië.
De rechtbank concludeert dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en wijst het beroep af. Wel veroordeelt zij de minister in de proceskosten wegens onzorgvuldigheid in de aanvankelijke onvolledige rapportage. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.