ECLI:NL:RBDHA:2025:13372
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van vluchtelingenstatus ondanks discriminatie in Turkije
Eiseres, afkomstig uit Syrië en met de Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen en waartegen zij beroep instelde. De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat hoewel eiseres discriminatie ervaart in Turkije, deze niet van dien aard is dat zij niet op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
De minister oordeelde dat eiseres ondanks haar Syrische afkomst en discriminatie in Turkije toegang had tot onderwijs, medische zorg en overheidsdiensten, en dat zij zich zeven jaar staande heeft weten te houden. De rechtbank vond dat de minister zijn besluit voldoende had gemotiveerd en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.
Eiseres voerde aan dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende informatie te verzamelen en de discriminatie te bagatelliseren, maar de rechtbank verwierp dit betoog. Het beroep werd ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.