Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden vanwege achterstanden in de behandeling van asielaanvragen.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn vast tot uiterlijk 10 augustus 2025, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van een zorgvuldige beslissing en het belang van eisers om spoedig duidelijkheid te krijgen. Deze termijn overschrijdt niet de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Tevens worden proceskosten toegekend aan eisers ter hoogte van €453,50.
De rechtbank benadrukt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn zes maanden bedraagt. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels een geanonimiseerde publicatie.