Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank constateert dat er sprake is van bijzondere omstandigheden en achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen, maar acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 16 augustus 2025 redelijk.
De rechtbank weegt het belang van een zorgvuldige beslissing door verweerder en het belang van eiser om spoedig duidelijkheid te krijgen. De uiterste termijn overschrijdt niet de 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100 per dag op, met een maximum van € 15.000, voor elke dag dat verweerder niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens worden proceskosten toegekend aan eiser ter hoogte van € 453,50.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt. De uitspraak is gedaan zonder zitting en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.