Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank constateert dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, waaronder achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen.
De rechtbank acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 19 augustus 2025 redelijk, waarmee zowel het belang van een zorgvuldige beslissing als het belang van eiser om spoedig duidelijkheid te krijgen wordt gediend. Deze termijn overschrijdt niet de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor het geval verweerder niet binnen deze termijn beslist. Tevens worden proceskosten toegekend aan eiser ter hoogte van € 453,50. De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 19 augustus 2025 een besluit te nemen. De rechtbank wijst tevens op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.