ECLI:NL:RBDHA:2025:13451
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen terugkeerbesluit en inreisverbod ongegrond verklaard
Opposante, met de Chinese nationaliteit, heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin haar beroep tegen een terugkeerbesluit en inreisverbod ongegrond werd verklaard. Dit terugkeerbesluit was opgelegd door de minister van Asiel en Migratie omdat opposante niet rechtmatig in Nederland verbleef en er een risico bestond dat zij zich aan toezicht zou onttrekken.
De rechtbank heeft het verzet beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:55, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank bevestigt dat opposante geen geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf bezit zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn. Het verblijf in Portugal wordt als onzeker en kortdurend beoordeeld, waardoor het niet gelijkgesteld kan worden met een geldige verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelt dat de enkele omstandigheid dat geen maatregel van bewaring is opgelegd, niet afdoet aan de geldigheid van het terugkeerbesluit. Opposante kan terugkeren naar China en heeft de mogelijkheid om opheffing van het terugkeerbesluit en inreisverbod te verzoeken zodra haar verblijfsaanvraag in Portugal is ingewilligd. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.