Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat de minister niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 90 dagen heeft beslist, ondanks een verlenging van drie maanden.
De rechtbank stelt een termijn van vier weken vast waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen, conform eerder geformuleerde uitgangspunten voor beslistermijnen bij aanvragen van asielhouders. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000.
De minister is geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd volgens artikel 71b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank wijst het verzoek om vaststelling van een door de minister aan eiseres verschuldigde dwangsom af. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas en griffier R. Barzilay.