ECLI:NL:RBDHA:2025:13566

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
24 juli 2025
Zaaknummer
NL24.19220
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vw 2000Art. 31 lid 1 Vw 2000Paragraaf C2/3.2.6 Vreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van vluchtelingschap en discriminatie

Eiser, geboren in Syrië en met de Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister op 11 april 2024 werd afgewezen. De minister oordeelde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging in Turkije heeft en dat de ervaren discriminatie niet ernstig genoeg is om bescherming te rechtvaardigen. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn Syrische afkomst structureel wordt gediscrimineerd en daardoor sociaal-maatschappelijk ernstig beperkt is.

De rechtbank heeft het beroep op 14 april 2025 behandeld en concludeert dat hoewel eiser discriminatie heeft ondervonden, hij zich gedurende tien jaar in Turkije heeft weten te handhaven, heeft gewerkt en toegang had tot voorzieningen zoals gezondheidszorg en juridische systemen. De minister heeft zijn besluit voldoende gemotiveerd en de informatie over discriminatie is onvoldoende concreet toegelicht in relatie tot de persoonlijke situatie van eiser.

De rechtbank oordeelt dat de discriminatie niet de intensiteit heeft die vereist is om als vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag te gelden. Ook is de klacht over onzorgvuldigheid van de minister ongegrond, omdat de minister alle relevante informatie heeft betrokken en gemotiveerd heeft beoordeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het terugkeerbesluit in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.19220

uitspraak van de enkelvoudige kamer van [datum] in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: I. Petkovski)
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

Inleiding

1. In zijn besluit van 11 april 2024 heeft de minister de aanvraag van eiser om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Hierbij is tevens bepaald dat hem geen verblijfsvergunning regulier wordt verleend en er geen toepassing wordt gegeven aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Ook is een terugkeerbesluit opgelegd op basis waarvan eiser binnen vier weken dient terug te keren naar Turkije.
1.1.
Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 14 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Het beroep is gelijktijdig behandeld met het beroep van de eisers echtgenote en hun minderjarige kinderen tegen de afwijzing van de door hen ingediende asielaanvraag. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het besluiten om zijn aanvraag af te wijzen in stand blijft. Dit betekent dat ook het terugkeerbesluit in stand blijft. Hieronder wordt uitgelegd hoe de rechtbank tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Asielrelaas
3. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is geboren in Syrië en in 2012 naar Turkije gevlucht vanwege de oorlog en de dienstplicht. Hij wordt gezocht omdat hij kritiek had op het regime. Eiser is getrouwd met een Syrische. Zij hebben beiden de Turkse nationaliteit. Samen hebben zij twee kinderen, de jongste is geboren toen zij al in Nederland waren. Eiser woonde in Turkije samen met zijn moeder, drie van zijn zussen en zijn vrouw. Hij verzorgde hen. Eiser heeft in Turkije gewerkt, zowel als vrijwilliger als in loondienst. Hij is bedreigd door zijn baas omdat hij niet mocht stoppen met werken. Door een andere werkgever is ten onrechte geld ingehouden op zijn loon. Het is eiser door discriminatie niet gelukt een bankrekening te openen. Klagen bij de autoriteiten kan hij niet omdat hij daar geen vrienden heeft die hem kunnen helpen. Eiser is opgelicht en bedreigd door de maffia. Eiser heeft hiervan niet zelf aangifte kunnen doen, maar dat is door een Turk gedaan. Zijn zaak is hierin meegenomen. Eiser heeft gezien dat kinderen werden gediscrimineerd en wil niet dat zijn eigen kinderen hetzelfde meemaken.
Bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Eiser heeft in Syrië deelgenomen aan demonstraties en heeft op sociale media kritiek geuit op de Syrische autoriteiten;
Eiser is vanwege de dienstplicht uit Syrië vertrokken;
Eiser is uit Turkije vertrokken omdat hij te maken kreeg met discriminatie.
De minister acht alle vier de asielmotieven geloofwaardig. Hij heeft echter de asielmotieven 2 en 3 niet in de beoordeling betrokken omdat eiser zowel de Syrische als de Turkse nationaliteit heeft en de minister heeft getoetst of eiser kan terugkeren naar Turkije.
De minister heeft geconcludeerd dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft in Turkije en hij niet is aan te merken als vluchteling. Hij stelt dat de discriminatie die eiser heeft meegemaakt niet een dusdanig ernstige beperking van zijn bestaansmogelijkheden oplevert dat het voor hem onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. Dit blijkt uit het feit dat eiser geruime tijd heeft kunnen werken als leraar en hij heeft gewerkt in een fabriek voor verpakkingsmateriaal en een kledingfabriek. Ook had hij een paspoort, toegang tot UYAP [2] en e-devlet [3] , ontving hij gezondheidszorg als iedere Turkse burger en heeft hij van 2012 tot 2020 in [plaats 1] en daarna een jaar in [plaats 2] kunnen wonen.
Juridisch kader
5. In artikel 29 van Pro de Vw 2000 is bepaald dat een verblijfsvergunning asiel wordt verleend aan een verdragsvluchteling of een persoon die gegronde vrees heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade. Een aanvraag wordt afgewezen als de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen. [4]
5.1.
Discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers kan worden gezien als daad van vervolging als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. [5] In de rechtspraak is invulling gegeven aan dit criterium. Er wordt in elk geval aangenomen dat de vreemdeling heeft kunnen functioneren op maatschappelijk en sociaal gebied als de vreemdeling in het land van herkomst heeft kunnen werken en in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien, [6] als hij een opleiding heeft genoten [7] , onderdak heeft gehad en/of niet is gebleken dat medische zorg is geweigerd. [8]
Loopt eiseres een risico op vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag omdat zij wordt gediscrimineerd?
6. Eiser betoogt dat, anders dan de minister stelt, de discriminatie die hij heeft meegemaakt hem dusdanig heeft beperkt in zijn dagelijks leven dat hij voor bescherming in aanmerking dient te komen. Syriërs hebben te maken met geweld. Werkgevers behandelen hen slecht en het is voor hen moeilijk om (passende) woonruimte te vinden. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt tussen Syriërs met een tijdelijke beschermingsstatus en Syriërs met de Turkse nationaliteit. De minister heeft zijn besluit niet goed gemotiveerd en ten onrechte gekeken naar wat eiser wel kan, waar hij had moeten kijken naar het feit dat hij structureel is achtergesteld bij mensen met alleen de Turkse nationaliteit en daardoor werd beperkt in zijn bestaansmogelijkheden. De minister heeft de landeninformatie niet goed gebruikt om de verklaringen van eiser mee te controleren, terwijl dat wel had gemoeten op basis van de samenwerkingsplicht. Uit de door eiser overlegde nieuwsberichten blijkt dat het racisme tegen Syriërs toeneemt. Dit leidt tot agressie, zowel verbaal als fysiek. Dit beeld wordt bevestigd door de informatie die blijkt uit het document van VluchtelingenWerk Nederland (VWN). Er gaan geruchten dat de Turkse autoriteiten recent de Turkse nationaliteit zouden hebben ingetrokken van een groot aantal genationaliseerde Syriërs. Eiser heeft een bijdrage van een advocaat bijgevoegd waaruit blijkt dat de wet die mogelijkheid biedt. Ter zitting heeft eiser verduidelijkt dat hij meent dat er in Turkije sprake is van structurele discriminatie van Syriërs. Het individuele geval lijkt niet ernstig, maar de optelsom van alle voorvallen is dat wel.
6.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat uit het asielrelaas van eiser blijkt dat hij wordt gediscrimineerd vanwege zijn Syrische afkomst, maar de discriminatie die hij ervaart als etnische Syriër in Turkije onvoldoende zwaarwegend is om te concluderen dat hij ernstig wordt beperkt in zijn deelname aan het sociaalmaatschappelijk verkeer. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat deze conclusie onjuist is en daarin is hij niet geslaagd. De door eiser overgelegde informatie is verstrekt zonder context of toelichting. Er is niet uitgelegd hoe het in de informatie van VWN van toepassing is op de zijn persoonlijke situatie. Hoewel uit die informatie volgt dat Syrische vluchtelingen worden teruggestuurd naar Syrië, concludeert de minister dat dat niet van toepassing op eiser omdat hij de Turkse nationaliteit bezit. Ook het feit dat hieruit volgt dat Syriërs worden gediscrimineerd is onvoldoende om te kunnen concluderen dat er in het geval van eiser sprake is van vluchtelingschap. Eiser heeft zich ondanks die problemen tien jaar staande weten te houden en heeft in Turkije gewoond en gewerkt. Hoewel het hebben van toegang tot UYAP en e-devlet en het hebben van een paspoort op zichzelf geen bewijs is dat iemand maatschappelijk normaal kan functioneren, weegt de minister dit wel mee in de totale beoordeling of iemand zich staande kan houden in het betreffende land. Deze middelen geven makkelijker toegang tot de rechtspraak en de hulp van de Turkse overheid. Uit de stukken blijkt ook dat eiser hier ook gebruik van heeft gemaakt. Het enkele vermoeden van eiser dat zijn kinderen zullen worden gediscrimineerd vanwege hun Syrische afkomst is niet voldoende om vluchtelingschap aan te nemen. Hierbij weegt de minister mee dat zij nog erg jong zijn en Turks kunnen leren.
6.1.1.
De minister stelt zich verder op het standpunt dat het feit dat eiser tegen een lage vergoeding werkte als vrijwilliger en hij zijn baan heeft gevonden met behulp van de VN niet betekent dat hij geen werk kon vinden op de arbeidsmarkt. De minister leidt uit de verklaringen van eiser af dat hij zelf heeft gekozen voor vrijwilligerswerk omdat hij het noodzakelijke achtte voor de Syrische studenten in het kamp waar hij verbleef. [9] Ook leidt hij hieruit af dat het feit dat eiser van baan heeft moeten wisselen toen hij in de fabriek werkte primair te wijten is aan het feit dat hij het niet eens was met de werkwijze in de fabriek en pas in tweede instantie aan zijn nationaliteit. De minister ziet dit dan ook primair als een arbeidsgeschil waarvoor eiser zich moet wenden tot de Turkse autoriteiten. Eiser ondervindt geen onoverkomelijke hinder op de arbeidsmarkt vanwege zijn Syrische etniciteit. Hij heeft na het geschil in de fabriek opnieuw werk gevonden in een andere fabriek.
6.1.2.
Anders dan eiser stelt is het voor Syrisch-Turkse vreemdelingen bovendien niet onmogelijk een bankrekening te openen. Dit blijkt ook uit het feit dat zijn vrouw wel een bankrekening heeft kunnen openen. Ook blijkt uit zijn verklaringen dat eiser dezelfde toegang tot gezondheidszorg heeft als de Turken.
6.1.3.
De minister noemt het feit dat er is geprobeerd om eiser op te lichten betreurenswaardig, maar geen reden om te concluderen dat er sprake is van een reëel risico op vervolging door discriminatie. De politie heeft eiser niet anders behandeld omdat hij Syrisch is. De politie heeft actie ondernomen en het Turkse Openbaar Ministerie heeft besloten de oplichters te vervolgen. Eiser loopt dus niet een risico op bedreiging door een georganiseerd netwerk waarvoor hij geen effectieve rechtsbescherming zou kunnen krijgen in Turkije. In zijn verweerschrift heeft de minister benadrukt dat het feit dat eiser in zijn gehoren niets heeft gezegd over dit voorval ernstig afbreuk doet aan de ernst van de vrees die daaraan wordt toegekend.
6.2.
De rechtbank stelt vast dat eiser in het beroepsschrift weliswaar benadrukt dat hij wordt gediscrimineerd en dat hij hierdoor wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden, maar dat dat door de minister niet wordt betwist. Echter, zoals de minister in zijn voornemen terecht uitlegt, wordt niet iedere beperking van mensenrechten per definitie gezien als een daad van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Er zal sprake moeten zijn van een bepaalde intensiteit van de schending van het betreffende mensenrecht. [10]
6.2.1.
Discriminatie wordt pas gezien als een daad van vervolging indien de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. De minister heeft voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiseres dat niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft te maken gehad met discriminatie, hij is anders behandeld dan mensen met alleen de Turkse nationaliteit en hij heeft vervelende situaties meegemaakt. Maar ondanks die problemen heeft hij zich tien jaar staande weten te houden. Hij heeft in Turkije gewoond en gewerkt. Hetgeen blijkt uit de overgelegde nieuwsberichten, de landeninformatie en de informatie van VWN maakt dit niet anders. Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat zij als gevolg daarvan dermate is beperkt in haar mogelijkheden dat sprake is van een reëel risico op vervolging. Ook niet als een optelsom wordt gemaakt van alles wat eiser heeft ervaren.
6.2.2.
Kortom: de rechtbank oordeelt dat de minister zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser weliswaar is gediscrimineerd, maar niet in een zodanige mate dat dit kan worden gezien als daad van vervolging. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft de minister onzorgvuldig gehandeld door de wijze waarop hij in dit dossier met informatie is omgegaan?
7. Eiser betoogt dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door niet alle informatie te vergaren die relevant is voor het te nemen besluit. Het gaat erom dat de positie van eiseres compleet anders is dan de positie van de personen met alleen de Turkse nationaliteit. De minister heeft de verklaringen van eiser op diverse onderdelen niet goed begrepen of niet goed geïnterpreteerd. Eiser heeft op verschillende plekken geleefd en had niet een mooi leven op één plek. Ook heeft de minister zaken ingekleurd, waar hij eiser middels een nader gehoor had moeten vragen wat hij precies heeft bedoeld met zijn stellingen.
7.1.
De rechtbank stelt vast dat de minister in zijn besluit heeft benoemd wat hij toetst en welke aspecten en welke informatie hij daarbij heeft betrokken. Hierbij is inzicht gegeven in de aspecten die de minister in aanmerking neemt bij de beoordeling of sprake is van discriminatie die leidt tot vluchtelingschap. Daarbij is die informatie betrokken die de minister nodig had om na te gaan of eiser op maatschappelijk en sociaal gebied heeft kunnen functioneren. De betrokken aspecten betreffen toegang tot onderwijs, medische zorg, huisvesting en de mogelijkheid tot het verkrijgen van documenten. De uitkomst van de toets is ook helder gemotiveerd en volgt logisch uit de overwegingen. Dat eiser meent dat de minister tot een andere conclusie had moeten komen betekent niet dat de minister meer informatie had moeten betrekken, had moeten onderzoeken of hij zaken verkeerd heeft geïnterpreteerd of dat hij zaken heeft ingekleurd. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de minister zijn asielaanvraag terecht kennelijk ongegrond heeft verklaard. Hierdoor is het terugkeerbesluit terecht opgelegd. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. van der Lee, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL24.19219.
2.UYAP staat voor "Uyap Yargı Bilişim Sistemi", wat "Justitie Informatie- en Communicatiesysteem" betekent. Het is een digitaal systeem dat gebruikt wordt bij Turkse rechtszaken.
3.Dit is een algemene term voor elektronische overheidsdiensten. Het is een platform waar burgers toegang hebben tot verschillende online overheidsdiensten, waaronder die van het Ministerie van Justitie.
4.Artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000.
5.Paragraaf C2/3.2.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).
6.ABRvS 17 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1092, r.o. 4.1.
7.Rb. Den Haag 11 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16439, r.o. 6.2.
8.Onder meer: Rb. Den Haag, zp. Middelburg 3 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:81, r.o. 14.
9.P. 3 nader gehoor.
10.Die intensiteit is uitgewerkt in C2/3.2.6 van de Vc 2000.