Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 13 december 2023. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen een redelijke termijn heeft beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Op basis van het '8+8 wekenmodel' en de maximale beslistermijn van 21 maanden legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn op tot uiterlijk 8 november 2025. Dit is een termijn die de minister in staat stelt zorgvuldig te beslissen zonder onnodige vertraging.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50. Hiermee wordt beoogd om de minister te bewegen tijdig een besluit te nemen en de belangen van eiseres en haar minderjarige dochter te waarborgen.