ECLI:NL:RBDHA:2025:13683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling te laat omgezet na afwijzing asielaanvraag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was eerder rechtmatig bevonden tot het sluiten van het onderzoek op 10 juni 2025.
Eiser stelde dat de minister de bewaring eerder had moeten omzetten nadat zijn asielaanvraag op 24 juni 2025 als kennelijk ongegrond was afgewezen. De rechtbank stelde vast dat eiser tot en met 1 juli 2025 rechtmatig verblijf had gedurende de beroepstermijn, waardoor de bewaring tot die datum mocht voortduren.
Subsidiair stelde eiser dat de minister de maatregel uiterlijk binnen 48 uur na afloop van de beroepstermijn had moeten omzetten. Dit gebeurde pas op 4 juli 2025, één dag te laat. De rechtbank oordeelde dat de bewaring vanaf die datum onrechtmatig was en kende een schadevergoeding toe van €100 voor die dag. Tevens werden proceskosten van €1.814 aan eiser toegekend. De minister werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is vanaf 4 juli 2025 onrechtmatig en de minister is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.