ECLI:NL:RBDHA:2025:13742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige nationaliteit en herkomst
Eiser diende op 13 maart 2025 een asielaanvraag in, welke door verweerder op 5 mei 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder achtte eisers identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig vanwege het ontbreken van ondersteunende documenten en tegenstrijdige verklaringen. Eiser voerde onder meer aan dat het besluit onzorgvuldig en intern tegenstrijdig was en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld een zienswijze te geven.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen correct aan de gemachtigde was toegezonden en dat er geen schending van het hoor en wederhoor-beginsel had plaatsgevonden. Tevens mocht verweerder de ongeloofwaardigheid van eisers nationaliteit en herkomst aannemen, omdat eiser geen aannemelijke documenten had overgelegd en zijn verklaringen inconsistent waren. De rechtbank verwierp het betoog dat navraag bij Zweedse autoriteiten had moeten plaatsvinden.
Verder werd geoordeeld dat het terugkeerbesluit naar Marokko en Algerije niet intern tegenstrijdig was en dat het opnemen van meerdere landen van terugkeer gerechtvaardigd was bij banden met verschillende derde landen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bevestigd.