ECLI:NL:RBDHA:2025:13856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij een referent met een asielvergunning. Verweerder heeft niet tijdig beslist, ondanks een geldige ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van maximaal 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit en is het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat in deze situatie sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Zij legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van de beslistermijn en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €453,50. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een nadere beslistermijn van acht weken op met een dwangsom bij overschrijding.