ECLI:NL:RBDHA:2025:13985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning bij partner wegens ontbreken mvv en geen vrijstelling
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor verblijf bij haar echtgenoot, maar deze is afgewezen omdat zij niet in het bezit is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste. De rechtbank oordeelt dat het belang van de Nederlandse staat om het mvv-vereiste te handhaven zwaarder weegt dan het belang van eiseres bij het uitoefenen van haar gezinsleven in Nederland.
Eiseres stelde dat het besluit strijdig is met artikel 8 EVRM Pro vanwege medische redenen die het reizen van haar echtgenoot naar Marokko onmogelijk maken en de onmogelijkheid voor haar om zonder hem een mvv aan te vragen. De rechtbank vindt echter dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden heeft meegewogen en dat professionele zorg en ondersteuning voor de echtgenoot beschikbaar blijven tijdens een eventuele tijdelijke afwezigheid van eiseres.
Verder is het beroep op het discriminatieverbod afgewezen omdat het onderscheid in het mvv-vereiste naar nationaliteit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) als objectief en redelijk is beoordeeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen die niet direct op deze zaak van toepassing zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aanvraag af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning bij partner wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een geldige mvv en geen vrijstelling.