ECLI:NL:RBDHA:2025:1399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Soedanese asielzoeker wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Soedanese asielzoeker geboren in 1993, diende op 1 april 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De Minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 25 november 2024 af, onder meer omdat de etniciteit van eiser niet geloofwaardig werd geacht en er geen specifiek herkomstgebied binnen Soedan kon worden vastgesteld.
Eiser voerde aan dat de afwijzing in strijd was met het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel, dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische situatie en referentiekader, en dat de humanitaire situatie in Soedan en zijn huidskleur als risicoprofiel niet adequaat waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van de stam en politieke activiteiten mocht betwijfelen, maar dat de enkele huidskleur wel degelijk een risicoprofiel vormt en dat verweerder dit niet had onderkend.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de ernstige humanitaire situatie in Soedan, waaronder voedselcrisis en geweld tegen medische instellingen, niet tot vergunningverlening leidde. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de motiveringsplicht en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de uitspraak.