ECLI:NL:RVS:2010:BO8940
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag en toepassing artikel 15 richtlijn in context provincie Jubbada Hoose
De vreemdeling, geboren in Mogadishu en woonachtig in een plaats in de provincie Jubbada Hoose tot juli 2009, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG, dat bescherming biedt bij uitzonderlijke situaties van willekeurig geweld in een deelgebied van het land van herkomst. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank haar overwegingen ten onrechte niet had toegespitst op de provincie Jubbada Hoose, waar de vreemdeling zijn normale woon- en verblijfplaats had.
Desalniettemin concludeerde de Raad van State dat de situatie in Jubbada Hoose ten tijde van het besluit niet wezenlijk afweek van eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat geen uitzonderlijke situatie bestond. De grief faalde, het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de motivering.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste regionale beoordeling bij toepassing van artikel 15 van Pro de richtlijn in asielzaken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.