ECLI:NL:RBDHA:2025:14169
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan vanwege mvv-vereiste
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 6 november 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 29 november 2024 af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet van het mvv-vereiste werd vrijgesteld. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd bij besluit van 13 mei 2025 eveneens ongegrond verklaard.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, tegen het bestreden besluit. De rechtbank besloot de zaak zonder zitting te behandelen omdat partijen geen zitting wensten. De kern van het geschil betrof de vraag of het mvv-vereiste tegen een Turkse zelfstandige kan worden toegepast zonder strijd met het Turks associatierecht.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van 1 november 2024 en 9 april 2025 waarin het mvv-vereiste voor Turkse zelfstandigen werd bevestigd en het beroep ongegrond werd verklaard. Omdat de beroepsgronden van eiser identiek waren aan die in eerdere zaken, oordeelde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en handhaafde de afwijzing van de aanvraag. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige blijft in stand.