ECLI:NL:RBDHA:2025:14180
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 26 mei 2025 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het beroep op 25 juli 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank toetst of het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 13 juni 2025 rechtmatig is. Eiser stelt dat er geen voortgang is en dat de minister niet heeft onderbouwd dat er zicht is op uitzetting. De rechtbank oordeelt echter dat er wel zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije, mede omdat er sinds juni 2025 een vertrekgesprek is gevoerd en twee keer een vlucht is geboekt.
Verder acht de rechtbank de minister voldoende voortvarend in de uitzettingsprocedure. Het ontbreken van een verstrekte laissez-passer vormt geen reden om het tegendeel te veronderstellen. Ook is er geen aanleiding om een lichter middel dan bewaring toe te passen, aangezien eiser geen gronden heeft aangevoerd die daartoe aanleiding geven.
De rechtbank ziet geen onrechtmatigheid in het voortduren van de maatregel en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.