ECLI:NL:RBDHA:2025:14189
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige politieke overtuiging en onvoldoende bewijs
Eiser, een Saoedi-Arabische staatsburger, vroeg asiel aan op basis van vermeende vervolging vanwege zijn politieke overtuiging. Hij stelde dat zijn politieke mening was doorgegeven aan de Saoedische autoriteiten, waarna hij klachten ervaarde door elektrische straling en vreest te zullen overlijden bij terugkeer.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging had. De rechtbank oordeelde dat hoewel de identiteit en politieke overtuiging van eiser geloofwaardig zijn, de problemen die hij ervaart niet aannemelijk zijn gemaakt. Eiser leverde onvoldoende bewijs en motivering, en zijn verklaringen vormden geen samenhangend geheel.
Eiser voerde aan dat de geloofwaardigheidsbeoordeling niet conform het Unierecht was uitgevoerd en dat het beroep aangehouden moest worden tot prejudiciële vragen waren beantwoord. De rechtbank verwierp dit en bevestigde dat de nieuwe werkwijze niet in strijd is met het Unierecht.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Saoedi-Arabië. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.