AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet tijdig beslissen op asielaanvraag; gegrond beroep
Op 29 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. R. Deniz, en de minister van Asiel en Migratie. Eiser had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden en dat er een correcte ingebrekestelling is gedaan. Hierdoor is het beroep gegrond verklaard. De rechtbank heeft verweerder opgedragen om binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen over de asielaanvraag. Tevens is er een rechterlijke dwangsom opgelegd van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000, voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Daarnaast zijn de proceskosten van eiser vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie.
Voetnoten
1.Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
5.Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
7.Besluit van 27 december 2023, nummer WBV 2023/26, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in de Staatscourant 2024, 473.
8.Besluit van 14 januari 2025, nummer WBV 2025/4, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in de Staatscourant 2025, 1161.
10.Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
11.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
12.Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
13.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.