ECLI:NL:RBDHA:2025:14233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn ouders en minderjarige familieleden. De aanvraag werd ingediend op 3 juni 2024, terwijl verweerder uiterlijk 2 december 2024 had moeten beslissen. Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 15 januari 2025 en het verstrijken van de beslistermijn zonder besluit, werd het beroep op 11 maart 2025 ingediend en door de rechtbank gegrond verklaard.
De rechtbank stelt vast dat het dossier van eiser compleet is en verweerder eiser in juli 2025 in de gelegenheid heeft gesteld om een geconstateerd verzuim te herstellen. De rechtbank legt een nadere beslistermijn tot uiterlijk 1 september 2025 op, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50.
De uitspraak is gebaseerd op relevante wetsartikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van deze rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hiermee wordt het belang van tijdige besluitvorming bij nareis van asielgerechtigden benadrukt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 september 2025 een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen.