ECLI:NL:RBDHA:2025:14236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor haar familieleden. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen wegens betalingsonmacht.
De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €453,50.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin het belang van zorgvuldigheid bij gezinshereniging wordt benadrukt en bevestigt dat de beslistermijnen redelijk zijn. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 30 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.