ECLI:NL:RBDHA:2025:14388
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming minister
Verzoeker had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 19 november 2024 en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is ingetrokken nadat de minister het besluit op 27 juni 2025 heeft gewijzigd, waarmee aan verzoeker geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar de minister heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming worden veroordeeld tot betaling van proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen en dat dit reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. De proceskosten worden vastgesteld op €907, de waarde van één proceshandeling, en moeten worden betaald aan de rechtsbijstandverlener omdat verzoeker een toevoeging heeft ontvangen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan proceskosten aan verzoeker.