Op 4 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende de voortduring van de maatregel van bewaring van een Algerijnse vreemdeling. Eiser, geboren in 2004 en met de Libische nationaliteit, had beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring die op 20 februari 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De rechtbank ontving op 25 juli 2025 een kennisgeving over het voortduren van deze maatregel, waarna eiser verzocht om schadevergoeding. De rechtbank besloot dat een zitting niet nodig was en sloot het onderzoek op 31 juli 2025.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring eerder was getoetst en dat de laatste uitspraak van 19 mei 2025 bevestigde dat de maatregel rechtmatig was tot dat moment. Eiser betwistte de duidelijkheid van de uitzetting naar Algerije, maar de rechtbank oordeelde dat er zicht op uitzetting was, ondanks het ontbreken van geldige documenten. De rechtbank benadrukte dat eiser niet actief meewerkte aan zijn uitzetting en dat de belangen van de staat zwaarder wogen dan die van eiser.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door mr. M.L. Weerkamp, met P. Lukanika als griffier, en werd openbaar gemaakt op dezelfde dag.