ECLI:NL:RBDHA:2025:14450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegekend.
De aanvraag werd ingediend op 24 mei 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd. De minister had uiterlijk 22 november 2024 moeten beslissen, maar deed dit niet. Eisers stelden de minister op 13 januari 2025 rechtsgeldig in gebreke en dienden op 27 februari 2025 beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bijzonder geval bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders en legt een nadere beslistermijn van acht weken op, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. De minister wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd, en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en proceskosten.